Samenvatting van toespraak van mr. H. D. Tjeenk Willink, vice-president van de Raad van State voor het symposium ter gelegenheid van het afscheid van prof. dr. R.M.G.E. Foqué.
De betekenis van evenwicht en tegenwicht in de democratische rechtsstaat
Publicatiedatum: 1 december 2011
1. Kernprobleem: Het verlies van evenwicht door het marktdenken
Oorzaak van onevenwichtigheid: De introductie van het marktdenken (New Public Management) binnen de overheid heeft geleid tot een 'bureaucratisch-bedrijfsmatige logica', gericht op doeltreffendheid, marktwerking en kwantiteit in plaats van rechtsstatelijke waarden en kwaliteit.
Gevolgen voor de verhoudingen:
Trias Politica: De balans is verstoord doordat wetgever en bestuur steeds meer verknoopt raken en de rechter als nagenoeg enig tegenwicht overblijft.
Burgerschap: De burger wordt benaderd als 'klant' of consument in plaats van als medeverantwoordelijk politiek subject, waardoor het burgerschap 'leegbloedt'.
Uitvoerders: Professionals (zoals leraren, artsen en politieagenten) worden klemgezet door een uitgedijde tussenlaag van managers, prestatiecontracten en administratieve regels.
Verlies van inhoudelijke kennis: Door het uitplaatsen en privatiseren van taken is de inhoudelijke deskundigheid op ministeries sterk afgenomen.
2. De verzwakte rol van 'het politieke'
Ondergeschiktheid aan het bestuur: De politiek heeft zich feitelijk ondergeschikt gemaakt aan het bestuur en de bureaucratische logica, waardoor de visie op het algemeen belang is verschraald.
Knelpunten in het parlement:
Dichtgetimmerde regeerakkoorden: Omvangrijke regeerakkoorden en de binding van de coalitiemeerderheid beperken een open politiek debat en de controlerende functie van de Tweede Kamer.
Representatieprobleem: Politieke partijen missen vaak een 'groot verhaal' of samenhangende visie, en volksvertegenwoordigers lijken steeds meer op elkaar qua achtergrond ('diplomademocratie').
Invloed van medialogica: De media laten zich leiden door markt- en consumentenbelangen, wat bijdraagt aan personifiëring van macht en bestuurscentrisme in plaats van inhoudelijke meningsvorming.
3. Oplossingsrichtingen voor herstel van evenwicht
Bevorderen van het open politiek debat:
Loskopeling bestuur en representatie: De binding tussen kabinet en Kamermeerderheid moet losser door te werken met coalitieakkoorden op hoofdlijnen en wisselende meerderheden.
Versterking van de parlementaire rol: De Kamer moet haar eigen agenda bepalen en zich focussen op medewetgeving, systematische controle en eigen onderzoeken naar beleidseffecten.
Versterking van de maatschappelijke democratie:
Ruimte voor actief burgerschap: Er is erkenning nodig voor burgerinitiatieven en de burgersamenleving als noodzakelijk complement op en tegenwicht tegen de staat.
Vertrouwen in vakmanschap: Bestuurders moeten ruimte en vertrouwen geven aan de professionaliteit van uitvoerders en het risico durven accepteren dat daarbij fouten gemaakt kunnen worden.
4. De betekenis van instituties
Borging van waarden: Staatkundige instituties zijn meer dan productieorganisaties; zij vertegenwoordigen gemeenschappelijke waarden, regels en continuïteit.
Tegenwicht in crisistijd: Juist bij grote maatschappelijke en politieke verscheidenheid bieden instituties een stabiliserend tegenwicht door 'feiten' en 'waarden' in te brengen tegenover vluchtige beelden en sentimenten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten